|
|
Vlagsignalen+Ideale lijn |
|
|
|
Nationaal
(startvlag):
Aanvang van de race of tijdronden. |
|
|
|
Zwart/wit geblokt
(finishvlag): Einde van de race. |
|
|
|
Groen met gele chevrons: Foutieve start, opnieuw formeren |
|
|
|
Rood: Alle rijders moeten onmiddellijk stoppen met racen, langzaam naar de startlijn rijden en stoppen op elk moment dat dit wordt vereist. Deze vlag alleen te gebruiken door de wedstrijdleider. |
|
|
|
Zwart met oranje stip (+nr): Uw kart of persoonlijke uitrusting heeft een gebrek. U moet de race onmiddellijk beëindigen en zonder omwegen over de baan naar de pits rijden. Nadat het euvel is verholpen kunt u de wedstrijd vervolgen. |
|
|
|
Zwart wit diagonaal (+nr): U krijgt een officiële waarschuwing, bij herhaling volgt de zwarte vlag. |
|
|
|
Zwart (+nr): U moet de race direct beëindigen en zonder omwegen over de baan naar de pits rijden. |
|
|
|
Geel: Opletten ! Er is gevaar, inhalen verboden Geel (gezwaaid): Opletten ! Er is gevaar ernstig gevaar, inhalen verboden, houdt u gereed direct te stoppen. |
|
|
|
Blauw (stil): U heeft één of meer ronden achterstand. Er naderen snellere rijders die willen inhalen. Blauw (gezwaaid): U heeft één of meer ronden achterstand. Snellere rijders willen u inhalen, u moet hen laten passeren. |
|
|
|
Geel met rode strepen: Gevaar! Er ligt olie, water etc. op de baan. |
|
|
|
Groen: Alles veilig, deze vlag kan ook gebruikt worden voor de aanvang van de opwarmronde. |
|
|
|
Blauw met rood diagonaal: Een deelnemer moet de baan verlaten. Mag alleen gebruikt worden indien in speciaal reglement vermeld. |
|
|
|
Wit: Opletten! Langzaam rijdend voortuig in de baan. |
|
| Wit en tevens geel: Langzaam rijdend voortuig in de baan, opletten, verboden in te halen. |
||